| Term | Betekenis |
|---|---|
| kèrkezitgeld | geld voor een vaste zitplaatsgeld voor een vaste zitplaatsin de kerk, Dw/Ovz; Kpl; Lwd;Hh; Gs; Kwd; Ier. Zie: bankegeld;bochtegeld; plekkegeld |
| kermauwe | doordrammen, ZBdoordrammen, ZB(Hrh). Zie: vetere(n) (etc). |
| kermejööle | rumoerig, luidruchtig zijn, in de uitdr.: 'ouw toch op mé dagekermejööl: hou op met dat lawaai:geg. dr. Aag. Ook gebruikt bij het gedrein (gekermejööl) van een kind: W(Aag, Vwp ); WZV (Adb); Gofl (Mdh;Smd). Vermoedelijk verband met het Franse " carmangno'le ", revolutionair dansliedje tijdens de Franse revolutie. |
| kèsbööm | kerstboom, ZVW. Aant.kerstboom, ZVW. Aant.ZVW: vroeger (plm. 1930) werd daarvoor een vlierstruik gebruikt, omdat deze nog (of reeds opnieuw) bladerenhad. |